12 maart 2025

Ik zit

Dichtbij mijn huis is een oud landgoed waar ik graag kom. Of ik nou verdrietig, knetterblij, zwaar geïrriteerd of mij gewoon een beetje nikserig voel, het maakt de bomen, het water, de herten en de vogels niet uit. Ze verwelkomen mij altijd met uitgestrekte armen. Zonder oordeel, zonder voorwaarden, zonder advies. De natuur is, waardoor ik kan zijn. Een van mijn favoriete plekjes is een oude boom waar ik vaak tegenaan leun. Dik, stevig, noestig. De boom is een zachte, vrouwelijke kracht kan ik voelen. Ik leun en zij draagt. Zonder iets te vragen of iets terug te willen. Moeiteloos en liefdevol.

Als ik een tijdje zo met mijn rug tegen die boom zit, mijn lichaam en mijn kwebbelende gedachten tot rust zijn gekomen, is er altijd een moment waarop ik voel dat ik onderdeel ben van iets groters. Iets dat niet van mij is, wat ik niet kan vastpakken, omarmen of wegduwen. Een rust, een intelligent en liefdevol licht dat door en voor mij aan het werk is. Of ik nou wil of niet. Het is nooit tegen, maar altijd met mij. Ik hoef daar niets voor te doen of te laten. Het is.

Tussen het licht buiten mij en in mij zit geen boek, gebouw, voorganger of strak gelanceerd online programma. Dat is iets dat ons werd en wordt wijsgemaakt. En daardoor zijn we ons misschien ook weleens wat minder verantwoordelijk gaan voelen voor dat licht, denk ik weleens. Het licht is altijd aanwezig en ik kan er altijd voor kiezen. Juist als het heel duister is. Ik zit. En blijf zitten. Net zolang het licht wordt. Gewoon tegen een boom, net zoals mijn voorouders dat al duizenden jaren deden.